Algemene informatie RHD2- virus bij konijnen

Landelijke sterfte onder konijnen als gevolg van VHD (Viral Hemorrhagic Disease)

Sinds begin december 2015 zijn vanuit diverse delen van het land meldingen binnengekomen over acute sterfte onder konijnen. Op grond van het ziektebeeld en de gegevens die daarover beschikbaar kwamen, ontstond al snel het vermoeden dat het hier ging om een uitbraak van VHD (Viral Hemorrhagic Disease), ook wel Rabbit Hemorrhagic Disease (RHD) genoemd, veroorzaakt door een nieuwe variant, namelijk het RHD2-virus. Snel daarna volgde de bevestiging dat deze nieuwe variant, die in 2010 voor het eerst opdook in Frankrijk en zich daarna langzaam verspreid heeft over Europa, inderdaad de veroorzaker was van de sterfte.

Aantallen en verspreiding
Exacte gegevens over het spreidingsgebied en aantallen slachtoffers van VHD zijn niet te geven, onder andere omdat er geen centrale registratie is van sterfte onder tamme en wilde konijnen én omdat overleden konijnen niet altijd worden onderzocht. Bovendien zullen veel dode wilde konijnen niet worden opgemerkt doordat konijnen in het wild deels ondergronds leven en daar dus ook kunnen sterven.
Op basis van de huidige gegevens lijkt het RHD2-virus zich geografisch over het hele land te hebben verspreid, waarbij sterfte als gevolg van deze virusvariant in ieder geval bevestigd is onder tamme én wilde konijnen uit de volgende provincies: Gelderland, Groningen, Utrecht en Zuid-Holland. Daarnaast loopt momenteel onderzoek naar aanwezigheid van het RHD2-virus bij konijnen met het pathologisch beeld van VHD uit de provincies Limburg, Noord-Brabant en Overijssel.
Na de eerste berichtgeving over de sterfte als gevolg van VHD zijn bij de faculteit Diergeneeskunde vanuit het gehele land dagelijks nieuwe berichten binnengekomen over verdachte gevallen (plotselinge sterfte onder konijnen). Het aantal gestorven konijnen varieerde daarbij per keer van 1 tot 30 dieren. Omdat deze gevallen niet verder onderzocht zijn en de acute sterfte ook door andere ziekten veroorzaakt kan worden, gaat het in deze gevallen om een verdenking en niet een bevestiging van VHD.

Symptomen
Een met RHD1 (klassieke vorm) geïnfecteerd konijn zal veelal binnen 24-48 uur sterven. Bij RHD2 bedraagt deze termijn gemiddeld 3-5 dagen. In beide gevallen kunnen soms (acute) benauwdheid, bloedingen of neurologische verschijnselen (tremoren) gezien worden voorafgaand aan de sterfte. Vaak is dit echter niet het geval en sterft het konijn zonder voorafgaande verschijnselen te vertonen.

Behandeling en vaccinatie
Er is op dit moment nog geen behandeling voorhanden voor konijnen die ziek zijn als gevolg van een infectie met het RHD-virus. Preventief is wel vaccinatie mogelijk; bijvoorbeeld met het vaccin Nobivac® Myxo-RHD dat goede bescherming geeft tegen myxomatose en de klassieke variant van het RHD-virus (RHD1). Deze vaccinatie dient elk jaar herhaald te worden. De in Nederland geregistreerde vaccins geven echter geen bescherming tegen de nieuwe virusvariant (RHD2).
Gelukkig is er nu ook een vaccin beschikbaar tegen RHD2: Eravac. De vaccinatie dient elke 6 maanden herhaald te worden. We kunnen meerdere konijnen enten met 1 flesje, maar de houdbaarheid na openen is maar beperkt. Om de kosten voor u  zo laag mogelijk te houden, gaan we daarom op bepaalde dagen de  konijnen enten. De eerstvolgende mogelijkheden voor de RHD2- enting: dinsdag 7 en vrijdag 17 maart 2017. U kunt hiervoor een afspraak maken.

Preventieve maatregelen
Omdat de tijd die verstrijkt tussen het tijdstip van besmetting met het RHD2-virus en het overlijden van het konijn langer is dan bij RHD1, heeft het virus meer gelegenheid om zich te verspreiden. Daarom is het extra belangrijk om preventieve maatregelen te nemen om verspreiding van de ziekte zoveel mogelijk te beperken.
De faculteit Diergeneeskunde adviseert de volgende maatregelen om verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen:
RHD verspreidt zich door direct contact en ook indirect via urine, faeces, water, voedsel, kleding, handen en hokken. Stekende insecten kunnen ook een rol spelen in de verspreiding. Om besmetting te voorkomen worden eigenaren geadviseerd geen (vers) gras of groente van buiten (moestuin) aan het konijn te voeren. Ook dient voorzichtig omgegaan te worden met voeren van hooi of kuil waar mogelijk wilde konijnen mee in aanraking zijn gekomen.